Poortwachter dyslexie
Vergoede dyslexiezorg
Als Poortwachter beoordeelt Het ABC, volgens het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (PDDB 3.0) op verschillende punten: de volledigheid van het aangeleverde dossier, de correcte inhoudelijke onderbouwing van ernst evenals de hardnekkigheid en vermoeden van dyslexie. We doen dit uiteraard met zorg en aandacht.
De regio’s
Het ABC is Poortwachter voor de gemeente Utrecht, de regio Gooi en Vecht en voor de gemeente Zwolle.
Veelgestelde vragen
Lees alle antwoorden op veelgestelde vragen
Aanvraag screening voor onderzoek en behandeling
Klik op onderstaande button naar keuze voor aanmelding en nuttige informatie!
Heb je vragen?
Neem gerust contact met ons op.
-
Veelgestelde vragen over de aanvraag van vergoed dyslexieonderzoek
-
Niet-methodetoetsen en achterstandscriterium
Welke metingen tellen als hoofdmetingen? Wanneer zijn de hoofdmetingen?
De metingen ten tijde van de CITO toetsen in januari/februari en in mei/juni zijn de hoofdmetingen. Bij het inplannen van de hoofdmetingen is het belangrijk om rekening te houden dat er minimaal 20 schoolweken tussen de hoofdmetingen in moet zitten, omdat de ondersteuning minimaal 20 weken gegeven moet worden. Als bijvoorbeeld een eerste hoofdmeting in februari en een tweede hoofdmeting in half mei is, dan is het niet mogelijk om 20 weken ondersteuning te geven. Het is belangrijk om het toetsmoment echt op het einde van de ondersteuningsperiode plaats te laten vinden, omdat dit anders geen accurate data oplevert.
De tussenmetingen (herfstsignalering en lentesignalering) tellen niet mee als hoofdmeting. De DMT is alleen genormeerd voor de hoofdmetingen.Wanneer voldoet een leerling aan het aanmeldcriterium van ernstige achterstand?
Als een leerling in ieder geval op de 3 meest recente hoofdmetingen achter elkaar een E-score of een V-min-score behaald heeft voor woordlezen (DMT of de BOOM toetsen).
Let op: een V-score alleen is niet voldoende. Het moet echt gaan om een E-score of V-min-score.Wat is het verschil tussen een E-score, een V-score en een V-min score?
Een E-score en een V-min-score zijn hetzelfde. Zij omvatten beide de laagste 10%. Om aan het achterstandscriterium te voldoen, moet een leerling op drie hoofdmetingen achter elkaar deze tot laagste 10% behoren.Een V-score omvat de zwakste 20%. Aanmelding kan álleen indien de leerling behoort tot de zwakste 10%. Daarom moet er sprake zijn van een V-min-score en is een V-score niet voldoende.
Wanneer komt een leerling in aanmerking voor beredeneerd afwijken?
Alleen wanneer een leerling een D-E-E score behaald heeft en al verder in zijn schoolcarrière zit, kan een beredeneerde afwijking overwogen worden. Hiervoor is het belangrijk om altijd eerst telefonisch contact te hebben met de poortwachter om te vragen of de leerling mogelijk in aanmerking komt voor een beredeneerd afwijken. We zijn op dinsdag- en vrijdagmiddag bereikbaar tussen 13.00 – 17.00 op het volgende telefoonnummer: 06 45908519.We vragen je om het document niet in te sturen voordat je telefonisch overleg met ons hebt gehad.
Mag ik een leerling aanmelden met een D-score?
Nee. Een leerling met een D-score voldoet niet aan het achterstandscriterium.Welke uitdraai van niet-methodetoetsen moet ik meesturen?
Voeg altijd het LVS-overzicht toe van alle vakken, waarbij de DLE’s en de A t/m E-scores te zien zijn vanaf de eerste CITO afname. Je kan het beste een uitdraai op de volgende manier maken: In Parnassys> overzichten> leerlingvolgsysteem> niet-methodetoetsen leerlingen> leerling selecteren> variant standaard en dan bevestigen. De uitdraai zou er als volgt uit moeten komen te zien, met alle vakken onder elkaar:
Welk soort toetsen mogen gebruikt worden om de leesachterstand te meten?
Momenteel zijn alleen de DMT (Cito) en Boom LVS Technisch Lezen Woorden goedgekeurde toetsen.
Let op: steeds meer scholen gebruiken de IEP leerlingvolgsysteem (LVS) toetsen (Bureau ICE) om hun leerlingen te volgen. Resultaten van de IEP LVS toets technisch lezen en de toets taalverzorging (waar spelling onder valt) worden vertaald in niveau-aanduidingen die gekoppeld zijn aan de referentieniveaus (1F, 2F etc). Deze geven geen percentielscores weer waardoor niet kan worden vastgesteld of een leerling tot de 10% laagst scorende leerlingen behoort. Dat betekent dat op scholen die IEP LVS gebruiken aanvullend nog toetsen voor woordlezen en spelling ingezet moeten worden om het vermoeden van dyslexie te kunnen onderbouwen.Hoe weet ik of een leerling die gedoubleerd heeft, voldoet aan de eis van achterstand?
Bij doublure kan de doublureregeling worden toegepast. Zie voor meer informatie dit document: https://www.nkd.nl/app/uploads/2021/09/3.-Richtlijn-omgaan-met-doublures.pdf -
Ondersteuning
Wat zijn de eisen van de ondersteuning?
Er moet sprake zijn geweest van minimaal twee begeleidingsperiodes.
Begeleidingsperiode 1 valt tussen hoofdmeting 1 en 2. In deze periode moet er ondersteuning geboden op worden op minimaal niveau 1 en 2 voor ca. 20 weken.
Begeleidingsperiode 2 valt tussen hoofdmeting 2 en 3. In deze periode moet er ondersteuning geboden op niveau 1, 2 én 3 voor 2 periodes van minimaal 10 weken (in totaal dus minimaal 20 weken) in een klein groepje van maximaal 4 leerlingen. Er moet een tussenmeting plaats hebben gevonden en een logboek moet worden bijgehouden. Het is belangrijk dat de begeleiding op ondersteuningsniveau 3 een specifieke interventie is die is afgestemd op de hiaten in de ontwikkeling van de betreffende leerling(en), zoals vastgesteld op de foutenanalyse.De begeleiding moet worden vastgelegd in een handelingsplan en moet alle onderdelen van het format van de Poortwachter bevatten, zie format HP dyslexiezorg: https://dyslexiecentraal.nl/doen/materialen/format-handelingsplan-technisch-lezenspellen-ondersteuningsniveau-3.
Let op: Handelingsplannen van vóór het eerste hoofdmeetmoment én handelingsplannen van andere vakken dan technisch lezen hoeven niet aangeleverd te worden.
Welke handelingsplannen stuur ik mee?
De handelingsplannen van begeleidingsperiode 1 en begeleidingsperiode 2 moeten worden meegestuurd (zie ook de volgende vraag voor meer uitleg). Ook het huidig lopende handelingsplan moet worden meegestuurd. Handelingsplannen van vóór het eerste hoofdmeetmoment hoeven niet aangeleverd te worden.Waar moet het handelingsplan aan voldoen?
Het handelingsplan moet de extra begeleiding volgens de ondersteuningsniveaus omschrijven. Het is belangrijk dat de volgende onderdelen in het handelingsplan omschreven staan:- Een beschrijving van de beginsituatie: startmeting (gebruikte toetsen, score en niveau) en foutenanalyse
- Duidelijke doelen, SMART-O geformuleerd
- Hoeveel weken de ondersteuningsperiode heeft plaatsgevonden
- Hoe vaak en hoe lang de ondersteuning per week was
- De inhoud van de ondersteuning
- De organisatievorm van de ondersteuning (individueel of in een groepje)
- Door wie de ondersteuning gegeven wordt
- Logboek van de ondersteuning
- De resultaten van de extra begeleiding (zijn de doelen behaald?)
- Beschrijving van de eindmeting (gebruikte toetsen, score en niveau)
- Het eventuele vervolg van de begeleiding
Hoe lang en hoe vaak moet de ondersteuning op ondersteuningsniveau 3 zijn per week?
De begeleiding moet minimaal 3x 20 minuten (of in ieder geval in totaal tenminste 60 minuten) per week plaatsvinden bovenop de extra ondersteuning op ondersteuningsniveau 2. Het is belangrijk dat het om gestapelde zorg gaat.Wie mag de begeleiding op ondersteuningsniveau 3 geven?
De begeleiding op ondersteuningsniveau 3 kan door de volgende personen gegeven worden:- Lees-/spellingspecialist (remedial teacher, logopedist, bevoegd leerkracht met aanvullende opleiding: o.a. master SEN, basiscursus leesspecialist CED-Groep, leergang leescoach en leesspecialist CPS)
- Leerkracht, in samenspraak met één van bovengenoemde lees-/spellingspecialisten of een orthopedagoog of psycholoog met als specialisatie leerproblemen. De lees-/spellingspecialist, orthopedagoog of psycholoog dient dan ten minste betrokken te zijn bij het opstellen van het handelingsplan en bij de evaluatie.
- Onderwijsassistent, mits de inhoud en wijze van aanbieden van de begeleiding nauwkeurig is beschreven en is ingeoefend en in voldoende tijd onder supervisie is uitgevoerd (Oostdam, Blok en Boendermaker, 2012) en een specialist (lees-/spellingspecialist, orthopedagoog of psycholoog) betrokken is bij het opstellen van het handelingsplan en het volgen van de ontwikkeling gedurende de interventie.
- Wanneer de school moeite heeft ondersteuningsniveau 3 op een juiste manier in te richten, kan dit extern ingevuld worden, bijvoorbeeld door inzet van een externe lees-/spellingspecialist. Dit wordt bekostigd door de basisschool en niet door ouders. De begeleiding valt onder de verantwoordelijkheid van de basisschool.
Belangrijke opmerkingen hierbij:
- De leerkracht wordt gezien als generalist in het onderwijs. Het bieden van ON3 doet een beroep op meer specialistische vaardigheden die niet alle leerkrachten – logischerwijs – bezitten. Als de uitvoering wel bij de leerkracht wordt gelegd, dan is de samenwerking met een specialist een voorwaarde.
- De begeleiding mag niet worden gegeven door een leesouder, een oudere leerling of leesmaatje. Bij sommige interventieprogramma’s is in de instructie bij het programma aangegeven dat er gewerkt kan worden met bijvoorbeeld ouders en oudere leerlingen als tutor of oefenmaatje. Een voorwaarde hierbij is dat de tutor de instructies van het programma nauwkeurig volgt. De lees-/spellingspecialist blijft echter altijd betrokken bij en verantwoordelijk voor de inrichting en uitvoering van de daadwerkelijke begeleiding en de monitoring van de vooruitgang. Dat betekent dat de lees-/spellingspecialist bepaalt of en in welke mate er (bijvoorbeeld aanvullend of deels) ook gewerkt kan worden met tutoren, en dat deze werkwijze onder zijn of haar verantwoordelijkheid valt.
- Soms is de intern begeleider ook degene met de gespecialiseerde aanvullende opleiding tot lees-/spellingspecialist. Intern begeleiders zonder dit specialisme kunnen niet als lees-/ spellingspecialist optreden.
Tot wanneer mag ik een dossier insturen?
Er is geen officiële deadline voor het insturen van dossiers. Houd er wel rekening mee dat we altijd recente toetsgegevens willen hebben. Als dossiers december/ januari of april/mei ingestuurd worden, is de laatste hoofdmeting een half jaar geleden. Het is dan -
Overig
Waar kan ik de aanvraag doen?
Een dossier kan aangemeld worden door documenten via onze website te uploaden middels de knop ‘documenten / dossier insturen’Ik twijfel of een leerling in aanmerking komt. Of een leerling heeft niet 3x een E-score, maar ik wil de leerling toch aanmelden. Wat kan ik doen?
Hiervoor is het belangrijk om altijd eerst telefonisch contact te hebben met de poortwachter, om te vragen of de leerling mogelijk in aanmerking komt voor een beredeneerd afwijken (zie ook vraag 4). We zijn op dinsdag- en vrijdagmiddag bereikbaar tussen 13.00 – 17.00 op het volgende telefoonnummer: 06 45908519.We vragen je om het document niet in te sturen voordat je telefonisch overleg met ons hebt gehad.
Bij de leerling spelen overige problemen (spraaktaalproblemen/TOS/ADHD/autisme/ ander gediagnosticeerde stoornis/werkhoudingsproblemen/sociaal-emotionele problemen/problemen met gehoor of visus). Mag ik de leerling aanmelden?
De leerling kan aangemeld worden. Stuur relevante (onderzoeks)documenten mee. In twijfel of bij complexe casussen vragen we je om eerst telefonisch te overleggen met de poortwachter. We zijn op dinsdag- en vrijdagmiddag bereikbaar tussen 13.00 – 17.00 op het volgende telefoonnummer: 06 45908519.De leerling is meertalig/is pas kort in Nederland. Mag ik de leerling aanmelden?
Een leerling kan aangemeld worden voor diagnostiek van ED als:- De leerling met Nederlands als tweede taal (NT2) vanaf de kleuters Nederlands onderwijs volgt. In dit geval zijn dezelfde voorwaarden van toepassing als voor leerlingen met Nederlands als eerste taal.
- De NT2 leerling ten minste drie jaar onderwijs in het Nederlands volgt en er geen aanwijzingen zijn voor een spraaktaalprobleem.
- De NT2 leerling korter dan drie jaar in Nederland is maar er zijn hele sterke aanwijzingen voor dyslexie (zie handreiking meertaligheid van het NKD) én met een logopedische screening is uitgesloten dat een spraaktaalprobleem of een algehele leerachterstand een blijvende verklaring biedt voor de lees- (en spellingsproblemen). Stuur het verslag hiervan dan mee met de aanvraag.
Zie voor meer informatie de Handreiking Meertaligheid van het NKD (in de digitale bibliotheek bij websites) of via (https://www.nkd.nl/app/uploads/2021/04/20210407_Handreiking-Meertaligheid-v2.pdf).
-
